De Jussens spelen een stuk voor een ‘vierarmige superpianist’ met tomeloze energie ****

maandag 12 maart 2018

Hoewel ze solistisch en als duo onverminderd schitteren in het ijzeren repertoire, zijn ze tegenwoordig ook regelmatig te horen in grote, vaak immens moeilijke hedendaagse composities. Daar zijn ze ware ambassadeurs van geworden.

De Jussens spelen een stuk voor een 'vierarmige superpianist' met tomeloze energie ****

Arthur en Lucas Jussen genoten vele jaren grote populariteit als schattige pianobroertjes. Inmiddels zijn zij hip ogende volwassen jongemannen en hun faam neemt eerder toe dan af. Hoewel ze solistisch en als duo onverminderd schitteren in het ijzeren repertoire, zijn ze tegenwoordig ook regelmatig te horen in grote, vaak immens moeilijke hedendaagse composities. Daar zijn ze ware ambassadeurs van geworden.

Nadat ze november vorig jaar een dubbelconcert van Dobrinka Tabakova ten doop hielden, gaven de Jussens in de afgelopen NTR ZaterdagMatinee andermaal de wereldpremière van een concert voor twee piano’s. Zij vertolkten dit in opdracht van de Matinee door Joey Roukens geschreven werk met het Radio Filharmonisch Orkest en dirigent Emilio Pomàrico.

‘In Unison’ is de titel van dit overweldigende, driedelige dubbelconcert. Unisono is een muziekterm die aanduidt dat meerdere instrumenten dezelfde melodielijnen spelen.

Vierarmige superpianist
In een interview voorafgaand aan het concert legde Roukens uit dat hij voor een muzikale structuur met veel unisono-passages gekozen had, omdat hij de pianopartijen wilde laten klinken als gespeeld door “één vierarmige superpianist”. Ook vertelde de componist dat de tomeloze energie van Lucas en Arthur hem had geïnspireerd tot het schrijven van een motorisch en dynamisch krachtig stuk.

Die energie was er volop in het rappe en ritmisch pittige openingsdeel ‘Neon Toccata’, dat dankzij Roukens’ gemakkelijk in het gehoor vallende harmonieën toegankelijke muziek bleek. De Jussens bleven er ondanks de immense orkestbezetting de boventoon in voeren. Wel maakte dit deel een wat overspannen, dichtgeslibde indruk vanwege de permanent hoge geluidsdruk.

Voorstelbaar is dat wanneer het orkest dit werk vaker zou kunnen spelen en de componist wellicht nog wat aan de instrumentatie zou bijschaven, deze muziek in transparantie zal kunnen winnen. Helaas blijft het voorlopig bij deze ene uitvoering.

Fantastische, veelal repetitieve klanken maakten het langzame middendeel ‘What if’ tot een ware muzikale sensatie. In het afsluitende ‘Dark Ride’ leek de hel los te breken. Een hoogtepunt daarin vormde de hamerende solo van de twee piano’s samen met donderend geroffel op de pauken. Die werden bespeeld door Paul Jussen, vaste paukenist van het Radio Filharmonisch Orkest en vader van de twee pianobroers.

Het opzwepende ‘Sensemayá’ van Silvestre Revueltas vormde een passende opmaat voor Roukens’ concert. Prokofjevs stugge, overwegend bikkelharde Tweede symfonie bleek daarentegen te zwaar om na Roukens’ spektakelstuk voldoende te kunnen pakken.

Christo Lelie, Trouw 12.3.2018

Site by Alsjeblaft!