Broers Jussen begeven zich ook klassiek buiten platgetreden paden

maandag 23 april 2018

Het Parool, 23.4.2018 door Roeland Hazendonk

Broers Jussen begeven zich ook klassiek buiten platgetreden paden

Nederlands geliefdste pianobroers, Arthur (1996) en Lucas (1993) Jussen, waren al eerder in de prestigieuze serie Meesterpianisten te horen, maar gisteravond vulden ze voor het eerste een hele aflevering, in plaats van dat ze voor een kort gastoptreden aantraden. De carrière van de pianowonderboys heeft al een tijdje het Avro-jongtalentcircuit achter zich gelaten. Ze waagden zich op het Holland Festival van vorig jaar al aan Stockhausens Mantra, dat toch een icoon is van het door het publiek van de serie Meesterpianisten verfoeide modernisme, en ook gisteravond waren ze met een programma gekomen waarin ze niet uitsluitend de platgetreden paden betraden. Voor de pauze bleef het allemaal keurig binnen de grenzen met Schumanns Fantasiestücke, een quatre-mains die Mendelssohn voor Schumanns echtgenote en zichzelf componeerde, en Schuberts befaamde Fantasie in f, een hoogtepunt in het repertoire voor vier handen op één piano. Die Fantasie is geweldig en ook Mendelssohns gelegenheidswerkje mag er zijn. Beide stukken kregen mooi natuurlijk ademende uitvoeringen van de broers. Arthur worstelde daarna in zijn eentje een beetje met Schumanns Fantasiestücke, die heel lastig zijn te spelen omdat ze minder goed zijn dan ze op het eerste gehoor lijken. Het is moeilijk om het muzikale betoog echt spannend te houden zonder te forceren.

Na de pauze werd het opmerkelijker dankzij een goed, maar nauwelijks gespeeld stuk voor piano vierhandig, Divertimento van Leo Smit, een Amsterdamse, zeer talentvolle componist, die in 1943 op zijn 43ste door de nazi’s in Sobibor werd vermoord. Het Divertimento kan bijna wedijveren met pianowerken van Ravel. Het is pure, slimme speelmuziek en die past de Jussens als een handschoen. Lucas bleek daarna affiniteit te hebben met de mengeling van ritmisch geweld en dissonante abstractie die hoort bij Bartók op zijn best. Zijn ruig-directe uitvoeringen van de Suite en de Sonate waren steengoed. Night, een nieuw stuk van de Turkse pianist en componist Fazil Say, verbleekte daarbij. Say vist bijna een eeuw na Bartók veel minder gedurfd in dezelfde folkloristische vijver en doet daar een vleugje George Crumb bij, maar dan zonder de scherpe randjes en de evocatieve kracht die de muziek van de Amerikaan zo spookachtig kan maken. De Jussens serveerden het met verve, maar in deze nachtmuziek schijnt maar een bleek maantje.
Roeland Hazendonk , Het Parool , 23 april 2018

Site by Alsjeblaft!