Jussens debuteren met lef en risico in serie ‘Meesterpianisten’

zondag 22 april 2018

NRC, 22.4.2018 ●●●● door Joep Christenhusz
Lucas en Arthur Jussen maakten hun debuut in de serie Meesterpianisten. Hun jonge-honden-elan leverde vertolkingen op waarin het tweetal zich voortdurend op het spel durfde te zetten.

Jussens debuteren met lef en risico in serie ‘Meesterpianisten'

Klassiek
Mendelssohn, Schumann, Schubert, Smit, Bartók, Say
Lucas en Arthur Jussen

Vaak dribbelden ze al samen de lange podiumtrap van Het Concertgebouw af, maar nog niet eerder speelden Lucas en Arthur Jussen in de serie Meesterpianisten. Zondag maakten de pianobroers hun debuut met een programma voor twee handen en quatre-mains dat reikte van onversneden romantiek tot muziek van nu.

Romantiek pur sang: Schuberts Fantasie in f-klein, die in de handen van de Jussens een fraai gedoseerde opbouw kreeg. Dankzij ingetogen dynamieken in de eerste helft kon in de finale des te sterker worden uitgepakt.
Verfijnd melodisch spel (Lucas) en omfloerste bas- en middenstemmen (Arthur) gaven de melancholische schoonheid van het eerste thema glans. Na een briljant vertolkte Scherzo-sectie (puntige accenten, middenstemmen die feilloos van de ene naar de andere hand wervelden) wist het tweetal de motiefstapelingen in de finale mooi transparant te houden.
De Joods-Nederlandse componist Leo Smit trok in 1927 naar Parijs, waar hij vriendschap sloot met de leden van de Groupe des Six. Waarvan akte in zijn Divertimento voor vier handen, een juweeltje dat stilistisch het midden houdt tussen Milhaud en Poulenc met soms een knipoog naar Ravel. In de snaaks neoklassieke hoekdelen imponeerden Lucas en Arthur met hoog-energetisch, motorisch geprononceerd spel. Subtiel waren de kleurnuances in het impressionistisch aandoende middendeel.
Opvallend over de gehele linie: Lucas en Arthur Jussen spelen met lef en risico. Toegegeven, dat jonge-honden-elan leidde soms tot een foute noot, maar leverde vooral vertolkingen op waarin het tweetal zichzelf voortdurend op het spel durfde te zetten.
Neem Schumanns Fantasiestücke opus 12 (Arthur solo). Niet vaak smeulde ‘In der Nacht’ zo gepassioneerd. In ‘Des Abends’ en ‘Warum?’ gaven teder afgetaste bastonen en elastische fraseringen daarentegen een illusie van muzikale gewichtsloosheid. In Bartóks Pianosonate hamerde Lucas diens pianistieke spijkerschrift ruig, maar ritmisch haarscherp uit de toetsen.

Ook Night, geschreven voor de Jussens door de Turkse pianist-componist Fazil Say, wordt aangejaagd door folkloristisch vuur. Denk: een ritmisch gekartelde sabeldans voor 88 toetsen, compleet met kleurrijke dempeffecten in het binnenwerk. De Jussens stonden garant voor een razende uitvoering.

Serie Meesterpianisten, Concertgebouw, Amsterdam. Gehoord: 22/4 NRC ●●●●● door Joep Christenhusz

Site by Alsjeblaft!